De kwaliteit van de kinderopvang moet goed geregeld zijn. Dat is in de eerste plaats nodig voor kinderen en hun opvoeders; voor kinderen is dit een zeer bepalende ontwikkelingsfase in hun leven. Ook De Grabbelton heeft baat bij goede regels: die geven duidelijkheid en bevorderen eerlijke onderlinge concurrentie. Goede kwaliteitsregels hebben tenslotte een groot maatschappelijk belang. Kinderopvang is immers een niet meer weg te denken voorziening in onze samenleving.

Aanbieders en afnemers van kinderopvang hebben daarom samen landelijke kwaliteitseisen opgesteld voor de kinderopvang in Nederland. Brancheorganisatie Kinderopvang en BOinK (Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang) leggen die afspraken vast in het convenant kinderopvang.

Een van de belangrijkste punten uit dit convenant is het vier-ogenprincipe voor de dagopvang.

Het vier-ogenprincipe betekent dat er altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren met de beroepskracht (pedagogisch medewerker) tijdens de opvang. Een beroepskracht mag nog steeds alleen op de groep staan zolang maar op elk (onverwacht) moment een andere volwassene de mogelijkheid heeft om mee te kijken of te luisteren. Het vier-ogenprincipe is de basis voor veiligheid in de kinderopvang.